PPID bij mijn pony: de keuze die ik liever niet hoefde te maken


Soms wordt alles wat je als therapeut weet ineens heel persoonlijk.

Je kunt anderen uitleggen wat PPID is.
Je kunt signalen herkennen.
Je kunt vertellen hoe belangrijk voeding, darmgezondheid, leverbelasting, stressreductie en algehele ondersteuning zijn.

Maar wanneer je eigen pony de diagnose PPID krijgt, voelt het anders.

Dan ben je niet alleen natuurgeneeskundige voor paarden.
Dan ben je vooral eigenaar.

Iemand die haar pony goed kent.
Iemand die wil doen wat goed is.
En iemand die ineens voor een keuze staat:

Ga ik wel of geen medicatie geven?

En eerlijk?
Die keuze vond ik niet eenvoudig.


Wat PPID zo verraderlijk maakt

PPID staat voor Pituitary Pars Intermedia Dysfunction. Veel mensen kennen het nog als Cushing. Het is een aandoening waarbij de hypofyse ontregeld raakt, waardoor verschillende processen in het lichaam beïnvloed kunnen worden.

Je ziet het vooral bij oudere paarden en pony’s. En dat maakt het soms juist lastig. Want de signalen ontstaan vaak niet van de ene op de andere dag. Ze sluipen erin.

Een vacht die verandert.
Moeilijker verharen.
Minder bespiering.
Minder energie.
Vetophopingen.
Meer drinken en plassen.
Een verminderde weerstand.
Gevoeligheid voor hoefbevangenheid.

Eén signaal zegt niet altijd alles.
Maar meerdere kleine signalen samen kunnen wel een duidelijke richting geven.

En juist dat maakt PPID soms zo verraderlijk.

Want wanneer is iets gewoon ouderdom?
Wanneer is het een seizoensding?
Wanneer is het voeding, stress, weerstand of management?
En wanneer is het tijd om verder te kijken?

Bij mijn pony kwam dat moment.

Niet omdat hij van de ene op de andere dag instortte. Maar omdat ik veranderingen zag die ik niet meer weg kon zetten als “even aankijken”. Ik merkte het aan zijn lichaam, aan zijn energie en aan het gevoel dat hij minder makkelijk door alles heen kwam.

Geen grote, dramatische omslag.
Maar wel genoeg om te voelen:

Dit klopt niet meer.


Breder kijken dan diagnose, symptomen en klachten

Als natuurgeneeskundige voor paarden kijk ik altijd breder dan alleen naar de diagnose, symptomen en klachten.

Ik kijk naar de spijsvertering. Naar de weerstand. Naar stress en spanning. Naar voeding en ruwvoer. Naar hoe goed het lichaam afvalstoffen kan verwerken. Naar gedrag, energie, bespiering, hoeven, huid, vacht en uitstraling.

Bij PPID is dat brede kijken ontzettend waardevol.

Want ook al speelt de hypofyse een centrale rol, het hele lichaam krijgt ermee te maken. De stofwisseling, de spieren, de weerstand, de hoeven, de huid, de vacht en het energieniveau kunnen allemaal beïnvloed worden.

Daarom geloof ik niet in “alleen een pilletje” en verder niets veranderen.

Maar ik geloof ook niet dat natuurlijk werken betekent dat medicatie altijd uitgesloten moet worden.

En precies daar zat mijn twijfel.


Mijn twijfel rondom medicatie

Aan de ene kant weet ik hoeveel je met voeding, kruiden, supplementen, stressreductie en goede ondersteuning kunt doen. Ik zie dagelijks hoe belangrijk het is om niet alleen naar symptomen te kijken, maar juist naar het hele systeem.

Naar waar het lichaam belast is.
Naar waar het vastloopt.
Naar wat er nodig is om het paard beter te dragen.

Aan de andere kant weet ik ook dat PPID geen klein kwaaltje is. Het is geen tijdelijk ongemak dat vanzelf weer verdwijnt. Het is een hormonale ontregeling die gevolgen kan hebben voor het hele lichaam.

En dan wordt de vraag ineens anders.

Niet: wat past het beste bij mijn overtuiging?
Niet: wat zou ik het liefst willen?
Niet: wat klinkt het meest natuurlijk?

Maar: wat heeft mijn pony nú nodig?

Dat is uiteindelijk de vraag waar ik steeds naar terugging.

Hoe voelt hij zich?
Hoe beweegt hij?
Hoe is zijn bespiering?
Hoe is zijn energie?
Hoe is zijn vacht?
Hoe reageren zijn hoeven?
Hoe is zijn weerstand?
Hoe is zijn spijsvertering?
Hoeveel belasting kan zijn lichaam nog goed dragen?

Die vragen hielpen mij om niet alleen vanuit angst of overtuiging te kiezen, maar vanuit waarneming.

Want rondom medicatie kun je makkelijk in twee uitersten terechtkomen.

“Medicatie is altijd nodig.”
Of: “Medicatie moet je altijd vermijden.”

Maar paarden passen zelden netjes in uitersten.


Natuurlijk werken is niet zwart-wit

Natuurgeneeskunde betekent voor mij niet dat reguliere zorg verkeerd is. En het betekent ook niet dat medicatie nooit nodig mag zijn.

Voor mij betekent natuurgeneeskunde dat ik kijk naar het geheel. Dat ik het zelfherstellend vermogen ondersteun. Dat ik zoek naar oorzaken, belasting en samenhang. Dat ik probeer te voorkomen dat het lichaam steeds verder uit balans raakt.

Maar soms heeft een lichaam extra hulp nodig.

Bij PPID kan medicatie een belangrijke rol spelen om de hormonale ontregeling beter onder controle te krijgen. Dat betekent niet dat de rest onbelangrijk wordt.

Integendeel.

Juist dan blijft natuurlijke ondersteuning waardevol.

Want medicatie kan onderdeel zijn van het plan. Maar het paard blijft meer dan de diagnose.


De keuze die ik heb gemaakt

Ik heb er daarom voor gekozen om medicatie serieus mee te nemen in het behandelplan.

Niet als enige oplossing.
Niet als makkelijke uitweg.
Niet omdat ik mijn visie loslaat.

Maar omdat ik mijn pony niet verder wil laten verslechteren terwijl ik blijf hopen dat ondersteuning alleen genoeg is.

Daarnaast blijf ik kijken naar voeding, darmgezondheid, leverondersteuning, weerstand, stressbelasting en algehele vitaliteit. Juist bij een pony met PPID wil ik het lichaam zo goed mogelijk blijven ondersteunen.

Voor mij voelt dat als de meest eerlijke keuze.

Niet óf regulier, óf natuurlijk.
Niet medicatie óf ondersteuning.
Niet zwart óf wit.

Maar kijken wat nodig is.

En vooral: blijven luisteren naar het paard.


Als jij ook twijfelt

Als jouw paard of pony PPID heeft, snap ik heel goed dat je kunt twijfelen.

Misschien wil je liever geen medicatie geven.
Misschien ben je bang voor bijwerkingen.
Misschien vraag je je af of natuurlijke ondersteuning voldoende is.
Misschien weet je niet goed waar je moet beginnen.

Mijn advies is: maak de keuze niet vanuit angst, maar vanuit inzicht.

Laat je paard goed onderzoeken. Overleg met je dierenarts. Kijk naar de bloedwaarden, maar kijk ook naar het paard zelf. En vergeet niet dat ondersteuning van het hele lichaam belangrijk blijft, welke keuze je ook maakt.

PPID vraagt om monitoring.
Om bijsturen.
Om goed kijken.
Om samenwerken.

En soms vraagt het ook om het loslaten van een overtuiging die te strak is geworden.

Want uiteindelijk gaat het niet om gelijk krijgen.
Het gaat om het welzijn van je paard.


Eerlijk blijven kijken

Natuurlijk werken betekent voor mij niet dat je medicatie altijd moet vermijden.

Het betekent dat je eerlijk blijft kijken.

Naar dit paard.
In deze situatie.
Met alles wat je weet, voelt en ziet.

Ook als het antwoord anders is dan je had gehoopt.


Geschreven door Ingrid Buist – De Grinnikende Hinnik

Natuurgeneeskundige voor paarden. Geen losse lijstjes, wél advies dat klopt – op z’n Gronings.


Ik help paardeneigenaren die helderheid willen.
Die willen begrijpen wat hun dier écht nodig heeft, zonder ruis of standaardoplossingen.
Met de HINNIK-methode kijk ik naar voeding, gedrag, gezondheid en omgeving – zodat jij met vertrouwen kunt handelen, afgestemd op wat écht past.

🌐 Meer weten? Kijk op www.degrinnikendehinnik.nl

📲 Volg me ook via Instagram en LinkedIn



Reacties

Populaire posts van deze blog

De strijd om het hooi – hoeveel is nu genoeg?

Wat natuurgeneeskunde voor paarden écht is (en wat het níet is)

Waarom wachten tot het erger wordt geen goed idee is